Motivatie stapelen

Het probleem: jij weet dat je studenten hun schrijfvaardigheid verbeteren als ze schrijven, maar ze schrijven niet. Ze zijn niet vooruit te branden. Hoe motiveer je ze? Het antwoord: stapel manieren om te motiveren.

 

Hierna leg ik in drie stappen uit hoe het werkt. 1: wat motiveert? 2: waarom motiveert dat? 3: hoe maak je werkvormen motiverend?

 

Wat motiveert?

Weet jij wat motiveert? Je kent in ieder geval werkvormen die meer motiveren en werkvormen die minder motiveren. Dat merk je. Hierna beschrijf ik een werkvorm waarmee ik gegarandeerd de handen op elkaar krijg. Waaraan ik dat merk?

 

  • Studenten vragen om meer
  • Studenten herinneren zich de werkvorm na jaren
  • Studenten gaan aan de slag en blijven in beweging
  • Gedurende deze werkvorm schrijven studenten korte tekstjes, er zijn tekstjes die ik me na jaren nog steeds herinner
  • Studenten zijn dolenthousiast

 

Dit is de werkvorm:

 

 


 

1 minuut voor 1 jaar

 

1. 

Geef studenten de opdracht een tekst te schrijven. “Schrijf een tekst die je in één minuut kunt uitspreken en die we ons over een jaar nog herinneren. Straks leest iedereen zijn tekst voor. O,ja, je hebt hiervoor 1 minuut de tijd.”

 

2. 

Laat alle studenten om beurten hun teksten voorlezen (let op: niemand krijgt feedback!)

 

3. 

Geef de studenten de opdracht alle teksten te vergeten en het er niet over te hebben.

 

4. 

(Als docent heb je nu een pauzeprogramma nodig)

 

5. 

Vraag de studenten: “Welke tekst herinner jij je nog? Noem van de teksten die eerder werden voorgelezen de tekst waarvan je de kans het grootst acht dat jij je die over een jaar nog herinnert.”

 

6.

Stel vast welke tekst de meeste stemmen heeft gekregen (en beloon de auteur met een bescheiden applausje)

 

7.

Haal uit de winnende tekst een lijst met technieken. Technieken die maken dat juist deze tekst won. Laat de studenten deze technieken formuleren. Een valkuil is dat studenten met te algemene kenmerken komen, zoals ‘de tekst is spannend’. Het gaat om nabootsbare en concrete technieken (die dus ook verklaren waarom de winnende tekst boeit). Om deze lijst met technieken te maken zijn er twee vragen die werken. De eerste vraag is aan alle studenten die hun stem uitbrachten op de tekst die uiteindelijk won: “Waarom stemde je op de winnende tekst?” De tweede vraag is aan alle studenten: “Waarom won juist deze tekst?”

 

8.

Benoem het eigenaarschap van de lijst met technieken: zet bij elke techniek de naam van de inbrenger

 

9.

Laat studenten in tweetallen hun oorspronkelijke teksten herschrijven (laat ze een techniek uit de lijst op hun oorspronkelijke tekst toepassen).

 

10.

Vraag wie versie 1 en versie 2 van zijn tekst wil voorlezen en daar vervolgens feedback op wil. De feedback bestaat uit drie delen:

  • Welke techniek is toegepast?
  • Is de techniek correct uitgevoerd (vraag dit aan de inbrenger van de techniek)?
  • Is de tweede versie boeiender dan de eerste versie?

 


 

 

 

Test de werkvorm. Probeer hem uit bij een groep studenten en stel de effecten vast.

 

Toine Kamphuis geeft schrijftraining

 

Foto: schrijftrainer Toine Kamphuis stapelt motivatie tijdens een training over webschrijven

Waarom motiveert dit?

Weet jij hoe motivatie werkt? Weet jij waarvoor jij ’s nachts je bed uit komt? Waarvoor mensen in het algemeen in beweging komen? Onderzoek bevestigt dat het om twee zaken gaat: meesterschap en autonomie.

 

Mensen willen meesterschap: ze willen hun kwaliteiten kunnen inzetten

Mensen willen autonomie: ze willen invloed, zelf bepalen welke keuzes ze maken

 

Dat blijkt bijvoorbeeld uit dit filmpje van Dan Pink:

 

 

 

 

Wat demotiveert in het onderwijs?

  • Als een docent vertelt wat een student allemaal niet kan
  • Als een docent voor alle medestudenten zichtbaar maakt wat een student niet kan
  • Als een docent voorschrijft wat een student moet doen (en geen ruimte laat voor eigen inbreng)

 

Is dat wat sommige docenten doen? (Voel nu je vinger naar je kin gaan) Ehm… (klap met je vlakke hand op je voorhoofd) Ja.

 

Wat is er anders aan de hierboven beschreven werkvorm? De student heeft invloed en hij kan kwaliteiten inzetten (en natuurlijk kan hij ook ontdekken wat hij nog kan verbeteren).

 

Studenten kunnen op vier vlakken schitteren: winnen, samenwerken, individueel werken en volgen (en leiden). Ik licht het hierna toe:

 

Een student wint:

  1. Doordat zijn tekst het vaakst wordt herinnerd
  2. Doordat hij een techniek benoemt die in de lijst terecht komt (met zijn naam erbij)
  3. Doordat zijn tekst beter wordt door de techniek van een ander toe te passen

 

Een student kan samenwerkingskwaliteiten tonen:

  1. Door samen met alle studenten een lijst met nabootsbare technieken te maken
  2. Door in tweetallen een eerste versie van een tekst te herschrijven
  3. Doordat een tekst van een andere student beter wordt als die een techniek benut die door zijn toedoen op de lijst met nabootsbare technieken terecht is gekomen.

 

Een student kan individueel schitteren:

  1. Een student kan zich bekwamen in het schrijven van aantrekkelijke teksten

 

Een student kan naar believen volgen en leiden

  1. De deadline van 1 minuut is in schrijversland een bekende schrijversblokkadebreker. Werkt die ook? Hebben de schrijfdeskundigen gelijk? De student kan de schrijfdeskundigen de maat nemen of ze hartgrondig gelijk geven.
  2. Normaalgesproken haal je kennis over aantrekkelijk schrijven bij Aristoteles, bij de gebroeders Heath of bij andere retorici van naam. Nu bij medestudenten. Hoe brengen die het ervanaf? De student kan kiezen of hij zichzelf en zijn  medestudenten ziet als schrijfexperts of dat hij liever adviezen van Aristoteles of Heath volgt.

 

Zo veel manieren om te schitteren, zo veel mogelijkheden om accenten te leggen. Het gevolg: je maakt het studenten makkelijker om te vertellen dat ze nieuwe inzichten opdoen. Zo werkt het.

 

Leren begint niet bij ontdekken wat je nog niet kent of kunt, leren begint bij het ontdekken van je kwaliteiten.

 

 

Hoe stapel je motivatie in een werkvorm?

Je herkent motivatie en je weet hoe motivatie werkt. Hoe maak je nu van het meest saaie lesonderdeel een sprankelende en motiverende werkvorm? Ik leg het uit en laat vervolgens zien hoe het werkt bij de werkvorm 1 minuut voor 1 jaar.

 

 

Stap 1 Bepaal het doel

Wat wil je studenten leren?

 

1 minuut voor 1 jaar

Studenten kunnen ten minste tien dingen benoemen die een tekst aantrekkelijker maken en ze kunnen die toepassen op een tekst van eigen hand.

 

Stap 2 Bepaal welk onderdeel je student het lastigst zal vinden

Je kunt zelf weten welk onderdeel van een werkvorm het belangrijkst is, maar je student kan daar anders over denken. Als je wilt dat de student leert, dan sluit je aan bij zijn behoefte.

 

1 minuut voor 1 jaar

Studenten vinden het vooral lastig om schrijftechnieken toe te passen op hun eigen werk.

 

Stap 3 Bepaal de kern

Je moet weten waar je werkvorm in essentie over gaat. Dit is de rode draad van je oefening.

 

1 minuut voor 1 jaar

Studenten schrijven een tekst, ze krijgen te horen hoe een tekst aantrekkelijker wordt en die kennis passen ze toe: ze herschrijven hun oorspronkelijke tekst.

 

Stap 4 Bepaal wat studenten juist wel al beheersen

Onderdeel van een leerproces is dat de student kwaliteiten inzet, kwaliteiten herkent en die vervolgens inzet om kwaliteiten verder te vergroten en nieuwe kwaliteiten te ontplooien. Leren begint altijd bij datgene wat de student al kent of beheerst.

 

1 minuut voor 1 jaar

(Bijna) iedereen herkent wat hem of haar boeit

 

Stap 5 motivatoren

Voeg motivatoren toe. Die motivatoren voldoen aan vier criteria:

  1. je kunt ze net zo makkelijk weglaten als toevoegen;
  2. voor de deelnemers is – in elk geval na afloop – duidelijk dat elke toevoeging iets bijdraagt aan het hoofddoel;
  3. ze geven de student invloed: de student kan kiezen waar hij het accent legt;
  4. ze geven de student het gevoel dat hij zijn kwaliteiten kan inzetten.

 

We checken deze vier criteria bij de eerste motivator van 1 minuut voor 1 jaar. Die eerste motivator is de tijdsdruk.

 

Studenten krijgen te weinig tijd voor het schrijven van een eerste tekst. De instructie luidt: ‘Schrijf een tekst die je in een minuut kunt uitspreken en die we ons over een jaar nog herinneren. Oh, ja… je hebt er maar een minuut de tijd voor.’ Van die minuut kun je prima twee minuten maken, het gaat om de extreme tijdsdruk.

 

Dit is een verborgen motivator. Je legt het namelijk niet van tevoren uit. Alleen als studenten na afloop vragen waarom de tijd zo beperkt was, leg je het uit. Dan vertel je dat schrijfexperts betogen dat schrijven beter gaat als je schrijven (tekst produceren) en schrijven (je tekst beoordelen en verbeteren) scheidt. Als je je oordeel uitstelt. Niet direct tijdens het schrijven al oordelen. Dat oordeel uitstellen, dat vergemakkelijk je door deadlines (die je jezelf oplegt of die anderen je opleggen).

 

De vraag aan de studenten is: hebben de experts gelijk? En zodra je die vraag hebt gesteld, motiveer je studenten op twee manieren. De eerste is dat je de rollen omdraait: het zijn niet de experts die de studenten iets leren en die studenten langs een meetlat leggen. Het zijn studenten die de inzichten van experts testen. Je spreekt de studenten aan op hun meesterschap: beoordeel – op basis van je eigen ervaring – of je vindt dat de experts gelijk hebben of niet.

 

De tweede is dat je de klassieke rol van docent en student omdraait. Normaalgesproken wil een docent altijd alles uitleggen. Nu leg je pas iets uit als je een vraag gesteld wordt. Je geeft de student daarmee het signaal dat als hij het zelf belangrijk vindt, je hem graag ondersteunt. Je stelt je als docent dienend en helpend op. Je geeft de student invloed. Je kunt je dit permitteren omdat dit toegevoegde kennis is. De hoofdmoot is nog steeds dat je het hebt over aantrekkelijk schrijven.

 

En toch even checken door de motivator langs de meetlat van de vier criteria te leggen:

  1. Kun je het weglaten? Ja.
  2. Draagt dit iets bij aan het hoofddoel? Een beetje. Om aantrekkelijk te schrijven is het nodig dat je schrijft. Schrijfblokkades wil  je dan vermijden.
  3. Heeft de student keuze? Ja. De student kan inderdaad kiezen waar hij het accent legt. Hij kan deze tijdsdruk terzijde schuiven (en menen dat hij liever thuis schrijft zonder tijdsdruk), hij kan vaststellen dat tijdsdruk bij hem niet leidt tot vermindering van schrijfblokkades en hij kan vaststellen dat tijdsdruk hem iets oplevert. Hij kan kiezen.
  4. Kan de student kwaliteiten inzetten. Er zijn studenten die goed onder tijdsdruk presteren. Niet allemaal, zeer zeker niet, maar ze zijn er wel degelijk. Studenten kunnen hun waarde tonen.

Stap 6 Voeg meer motivatie toe

Voeg meer motivatoren toe en let er daarbij op dat ze elkaar niet bijten. Zorg dat ze doen waarvoor je ze inzet: motivatie verhogen.

 

Het is net als bij het spelletje Subway Surfers. De kern van het spelletje is simpel: de speler moet zorgen dat zijn avatar obstakels ontwijkt. Als hij het spelletje beter beheerst, kan hij meer dan alleen obstakels ontwijken. Hij kan ook:

  • De route kiezen die het meeste muntjes oplevert
  • De route kiezen die Mystery Boxes oplevert
  • Missies volbrengen
  • En zo verder.

Maar… het hoeft allemaal niet. De speler kan zijn avatar ook gewoon laten rennen en obstakels vermijden.

 

subway surfers bij de School voor Schrijftraining

 

Simpel? Best wel 

 

Ik ben Freerk Teunissen. Ik geef lezingen, workshops en trainingen via mijn bedrijf School voor Schrijftraining, ik ben oprichter van trainersassociatie NICJ, lid van de beroepsvereniging van trainers NVO2 en ambassadeur van Operation Education.

 

logo's van de School voor Schrijftraining NICJ Operation Education en de NVO2

 

 

 

Boek nu een workshop

Bel 035-7370236, mail info@schoolvoorschrijftraining.nl of stel je vraag via het vragenformulier.