Gamification

Ben jij een leraar...

 

  • die alles leuk maakt?
  • die dingen doet met internet, computers en plaatjes?
  • die vergeten is hoe het vroeger ging?
  • die onderwijsvorm net zo belangrijk vindt als inhoud?
  • die motiveert?

 

 

Herken jij je in één van bovenstaande typeringen...

 

...dan gebruik je vast gamification. En het van het bovenstaande klopt alleen het laatste. Karl Kapp beschrijft in zijn standaardwerk Gamification duizend voorbeelden van gamification. Hij biedt ook een model om alle vormen te duiden.

 

Gamification

 

Kapp maakt in elk geval een essentiële tweedeling. Aan de ene kant zijn er games met een educatief doel. Dat zijn de zogeheten serious games. Aan de andere kant zijn er docenten, trainers en leraren die met kwaliteiten van games onderwijs effectiever maken.

 

Hoe werkt dat? Dat vertel ik straks.

 

Eerst het waarom. De meeste gamification-methodes zijn belachelijk eenvoudig en ze werken extreem motiverend. Ze houden studenten bij de les. Of het nu scholieren zijn, studenten of deelnemers aan een training.

 

Het computerspel Fallout 4 was op 11 november 2015 amper een dag uit en het was al 8,9 miljoen uur gespeeld. Wat maakt gamers zo gemotiveerd om zo'n spel te spelen en kan jij als docent of trainer daar iets van overnemen? Ja.

 


 

Serious games zijn lastig om als trainer te maken. Maar kwaliteiten van games herkennen en in je werk integreren is vaak eenvoudig. Ik laat schrijftrainers graag zien hoe het werkt. Bijvoorbeeld tijdens de Schrijfcarrousel-workshop (een schrijftrainingsmethode die barst van de game-elementen). En ik vertel je dan meteen welke vier valkuilen je moet vermijden.

 

Gamification is geen oploskoffie

 

Hoe gamification werkt? Ik leg het uit.

 

Gamification is geen oploskoffie. Er is geen instantrecept voor gamification. De reden? Gamification is een verzamelnaam voor technieken die verklaren waarom games zo ongelooflijk motiverend werken.

 

In een Tedtalk Gaming kan een betere wereld vormen vertelt Jane McGonical dat online games als World of Warcraft 3 miljard uur per week worden gespeeld.

 

 

 

 

 

 

 

Mijn blunder

 

Wat je in elk geval niet moet doen, is wat ik een keer deed. Ik gaf een training bij een organisatie. (Ik noem expres de naam niet omdat ik me er nog steeds voor geneer). Een groep van iets van 40 deelnemers. Ik wilde luchtige intermezzo's. Daarom had ik een quiz over de organisatie gemaakt. Maar de quiz viel totaal in het water.

 

Hoe dat kwam? Het probleem: de training ging over schrijfvaardigheid, de quiz over de geschiedenis van de organisatie. Die twee zaken hadden helemaal niks met elkaar te maken.

 

Mijn enige troost is dat de Verenigde Naties (VN) dit ook een keer deed. Dat voorbeeld noemt Karl Kapp in zijn boek. De VN had een game laten maken over voedseltekort. De speler zag filmpjes over voedsel, hongersnood en hulpgoederen. Tussen de filmpjes door moest de speler met een soort van vliegtuig hulpgoederen precies op de juiste plek droppen. Maar mikken met je muis en op het juiste moment klikken, heeft niets met voedselschaarste in de wereld te maken. De game flopte.

 

 

Hoe moet het dan wel?

 

De Boertiengroep heeft een aardig voorbeeld. Daar komt geen computer aan te pas. En toch is het op en top gamification. Maar dan gamification avant la lettre.

 

Bij een training over schrijven met het piramideprincipe van Barbara Minto stel je jezelf - als trainer - voor. Dat doe je door de deelnemers te vragen: 'Wat willen jullie van me weten?' Die vragen noteer je op flapover. Daarna ga je met kleurtjes de vragen categoriseren. 'Als ik jullie vragen zo bekijk, dan willen jullie iets over mijn privéleven weten, je wilt iets weten over mijn ervaring met deze training en mijn ervaring met schrijven, en jullie willen weten wat je in deze training kunt verwachten.' Pas daarna beantwoord je de vragen.

 

In de training gaan de deelnemers op een gegeven moment de vragen van hun lezer inventariseren en categoriseren. Ze doen precies hetzelfde en hebben bij de kennismaking al een voorbeeld gezien. Zo'n speelse introductie werkt.

 

De Schrijfcarrousel barst van de game-technieken

De Schrijfcarrousel is gamification. Ik geef een paar voorbeelden. Als je met de methode werkt, geef je deelnemers losse opdrachten op kaarten. Daarmee trainen ze de vaardigheid om zich als schrijver niet alleen te focussen op de gehele tekst, maar juist ook om naar onderdelen te kijken. Die vaardigheid helpt ze verder bij de volgende Schrijfcarrousel-stap en hij verbetert schrijfvaardigheid.

 

Nog een voorbeeld. Schrijven gaat vlotter als je meer handigheid hebt om je werkwijze te variëren. Dat doe je met de Schrijfcarrousel. Elke tien minuten werk je anders. Dus ook hier zit dit element speels in de methode en het verbetert de schrijfvaardigheid.

 

Een kenmerk van schrijven is dat je je verplaatst in een ander. Je verplaatst je in je lezer. Je verplaatst je in een personage in je verhaal of het standpunt van een tegenstander. Bij de Schrijfcarrousel laat je de deelnemers soepeltjes gedurende drie kwartier 4 keer van rol wisselen. De kracht is dat de rolwisselingen snel gaan. Ook hier: het game-element correspondeert met een kenmerk van schrijven. Vorm en inhoud zijn congruent.

 

Een laatste voorbeeld. Veel games bestaan uit levels. Waarom? Mensen willen graag een verzameling compleet maken. Als je level 12 hebt bereikt en je weet dat er 32 levels zijn, dan wil je graag die andere ook zien. De Schrijfcarrousel-kaartenset is een verzameling.

 

Dit is geen uitputtende lijst van game-elementen in de Schrijfcarrousel. Het geeft wel een indruk. Tijdens een Schrijfcarrousel-workshop vertel ik graag meer over gamification. Want dat is het aardige: het is vaak verrassend eenvoudig.

 

 

 

Geef je direct op voor de volgende Schrijfcarrousel-workshop: vul het inschrijfformulier in.

Lees meer over de Schrijfcarrousel op www.schrijfcarrousel.nl